
Iedereen vraagt zich wel eens af wat er in de hoofden van anderen speelt. Ik vraag mij hoe religieuze mensen van uiteenlopend pluimage mekaar zien. Ik stel me het volgende voor:
- Ik hoor u spreken, andersgelovige en ik ervaar een grote welwillendheid tegenover mijn godsdienst. Ik hoor u spreken, andersgelovige, en eigenlijk leeft gij in verblinding. Uw geloof heeft u verblind voor de Waarheid. Gij spreekt en spreekt maar doorheen uw stem voel ik hoe gij ergens innerlijk op zoek zijt. Ik zie dat ge zoekende zijt en uw geloof heeft u op een dwaalspoor gezet. Gij denkt het Goede te kennen en het Wijze te doen, maar nee, arme andersgelovige, Gij kent het niet en daardoor doet Gij het Wijze niet. Mijn God is klaar geweest in Zijn Boodschap aan Zijn mensen. Jouw God is een mythe, gemaakt door mensen, doordrenkt met slechtheid en verderf. Hoe goedgelovig kunt gij zijn? Hoe kunt gij zo dwalen, wanneer gij de tekenen kunt zien. Maar gij ziet de tekenen niet. En daardoor, andersgelovige, zijt gij gedoemd. Voorwaar, God heeft u verblind. Ongeluk zal Hij u brengen. God is barmhartig, jawel. Ja, andersgelovige, ik heb meelij met uw kaartenhuis van een theologie. Hoe kan ik u doen zien?
...enz.
Het zal dan niet zo uitgesproken zijn zoals hier beschreven, maar dat kan in de psychische sector tot uiting komen. En daarbij een heel fijne ietwat passief agressieve glimlach. Het zit ofwel in de duivelse vriendelijkheid van de blik, dan wel de fijngespannen lippen. Maar nee, niet allemaal, sommigen zijn zo vredelievend dat je ze bijna vrijzinnig zou noemen.
Simpel gezegd: kan een gelovige zich ontdoen van het moreel-epistemologisch model dat zijn geloof instigeert?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten