
In mijn getrouwe Cambridge Companion to Atheism las ik het stuk The Autonomy of Ethics (pp. 149-165) van David O. Brink over hoe netelig gelovigen het hebben met het probleem dat gesteld wordt in Plato's Eutyphro. Dit is het probleem, versimpeld tot infosnack. Ik vertaal het naar een monotheïstische context zodat de gelovigen meteen mee kunnen. Eens zien of de redenering die opging voor de Griekse goden ook opgaat voor de Semietische God. Dus,
- Als God x wil, dan is x goed
- OF: Als x goed is, dan wil God x.
Dit zijn stellingen met voor gelovigen desastreuze implicaties. In de eerste stelling is dàt goed wat God wil. In de tweede stelling wil God dat wat goed is. Een voorbeeld met de eerste stelling.
- Als God vrijgevigheid wil, dan is vrijgevigheid goed.
Dat klinkt goed. Vrijgevigheid is een waarde die veel mensen waardevol vinden. Het geeft de gever een goed gevoel en het werkt sociale behulpzaamheid in de hand, enz. De afhankelijkheid van moraliteit van Gods wens wordt gesofisticeerd voluntarisme genoemd: het goede is afhankelijk van wat God goed vindt. Hold that thought.
Hetzelfde voorbeeld verwerkt in stelling 2.
- Als vrijgevigheid goed is, dan wil God vrijgevigheid.
Kan zijn. Maar als we zeggen: ‘als vrijgevigheid goed is, …’, dan speelt het geen rol meer of God het goed vindt, want we weten dan al dat vrijgevigheid goed, los van het feit of God dat vindt. We hebben in de tweede stelling te maken met moraliteit die los staat van Gods wil. Dat is keihard voor sommige gelovigen want God is daarin losgekoppeld van het moreel wenselijke. En laten we niet vergeten dat tot relatief kort men dacht dat ongelovigen niet moreel kunnen leven – een probleem dat Dostojevski in Misdaad en Straf aantoetst, en de observatie dat een meerderheid van de Amerikaanse kiezers nooit voor een ongelovige presidentskandidaat zouden stemmen. In Sartres Het existentialisme is een humanisme komt het ook ter sprake. Sartre repliceert dat wanneer de moraliteit los gekoppeld wordt van het goddelijke, dat mensen eindelijk zelf verantwoordelijk kunnen beginnen handelen. Soit.
Terug naar de eerste stelling. Stel dat we x zouden vervangen door massamoord, dan krijgen we dit:
- Als God massamoord verkiest, dan is massamoord goed.
Nu, los van de door God geïmplementeerde massamoorden in het OT, lijkt het erop dat als God massamoord goed vindt, verkiest, wenst, enz., dat Zijn wens voldoende is om goed te zijn. Hier schuilt het probleem van de morele willekeur waar gelovigen dan maar op moeten antwoorden: als God massamoord OK vindt, dan is massamoord voor gelovigen OK. Een gelovige moet aardig wat guts hebben om zijn been hierbij stijf te houden. Een dergelijke stelling hanteren is moreel contra-intuïtief. Massamoord d’office als moreel verantwoord beschouwen is een schaars gezaaide overtuiging. Slechte dingen doen blijft slecht los van het feit of God dat nu wil of niet.
‘Niet juist’, zeggen gelovigen.’ God, in Zijn eindeloze goedheid, zal alleen dingen willen die moreel goed zijn.’ Maar dan zitten we terug in stelling 2 die impliceert dat het goede los staat van Gods wil, dat we al weten wat goed is en dat het dan een meevaller is als God het ook vindt. Ook hier is het moreel wenselijke een losstaand gegeven van wat God wil. De repliek van gelovigen vooronderstelt dat mensen zonder God kunnen bepalen wat goed is.
Na deze weerlegging van de overtuiging dat het morele afhankelijk is van God keren we terug naar stelling 1. Nu komt de zelfcontradictie: als vrijgevigheid goed is omdat God het goed vindt, dan zitten we met een keivervelend probleem met de definitie van goedheid. Immers, God is eindeloos goed. Als we het goede alleen kennen omdat God het ons heeft verteld, dan is Zijn Eigen goedheid afhankelijk van wat-Ie er zelf van vindt. Hoe komen we nu te weten hoe Hij Zichzelf beschouwt in Zijn goedheid als goed zijn afhangt van wat hij bepaalt? Als het Goede afhangt van Hij bepaalt, dan kunnen we dus niet weten wat Hij zelf verstaat onder Zijn eigen goedheid. Grappig! I love it!
Daarmee zijn we op het einde van de straat gekomen: we kunnen niet verder ploeteren naar de ‘ware’ betekenis van Zijn goedheid. Even vulgariseren voor de no-entiendo’s onder ons:
- ALS God is goed
- EN God bepaalt wat goed is
- DAN: God bepaalt zijn eigen goedheid.
En dus weet jij niet op welke manier God goed is. Probeer in je kritiek (als er al inconsistenties zijn in mijn redenering volgens stelling 1) niet terug te vallen in stelling 2 die zegt dat het goede los staat van wat God bepaalt.
Blijkbaar zit er in het gespeculeer over het Goede als door God bepaald reeds een onuitgesproken vooronderstelling verwerkt dat het Goede als goede gekend is los van Gods wensen (zie de ondermaatse repliek dat God alleen goede dingen wil).
En eet nu je bord maar verder leeg.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten