
Vrijheid van religie – een mes met drie kanten
De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens garandeert de vrijheid van religie. Wat wil dit zeggen? Ik mag bidden, offers brengen, feestdagen vieren en mijn kinderen in mijn traditie opvoeden. Gelovigen en apologetische ongelovigen zullen het allemaal best vinden.
Ik vind dat niet best. Het is heel eenvoudig: voor mij is respect geen onvoorwaardelijk gegeven. Ik volg het adagium ‘Iets respecteren waarop je neerkijkt in oneerlijk’. Het is dan wiedes dat dingen waarvan de je respectabiliteit niet kan ontwaren onrespectabel worden. Gerespecteerd worden is een kwestie van verdienste – en zo moet nog van veel zaken de verdienstelijkheid duidelijk worden. Ik heb een probleem met een aantal zaken die onder de levenslange garantie van vrijheid van religie vallen.
- Bidden tijdens de werkuren kan niet voor mij. 1) Bidden doe je thuis, 2) Je verdient relatief meer voor minder werk in vergelijking met andere werknemers en dat is onrechtvaardig.
- Offers brengen hebben nog nooit een meerwaarde betekend in de wereld. Veel offers, zoniet alle, gebeuren voor niks – ze betekenen alleen een milieubelasting: biljarden kaarsen die branden, brandoffers, geslachte beestjes waar niks mee wordt gedaan, water dat ritueel wordt misbruikt, enz. Spaar de natuur – doe geen offers!
- Van mij mag iedereen zijn godsdienstige feestdag vieren, maar dan onbetaald. Er is geen enkele levensnoodzakelijke behoefte waarom iemand doorbetaald moet worden op een dag waarop anderen gewoon gaan werken. Een werknemer die betaald wordt op zo’n dag verdient ook hier relatief meer dan andere werknemers – en ook hier is dat onfair. Overigens wordt er op zo’n dag in het algemeen niks substantieels gedaan.
De vrijheid van godsdienst heeft op die manier geleid tot privileges voor gelovigen ten nadele van ongelovigen en andersgelovigen. Maar terug naar mijn mes met drie kanten.
Een eerste kant is dat de vrijheid positief is omdat zij de waarde van de zelfbeschikking en autonomie eert. Als ik mijn dochter Melanie ecologisch wil opvoeden of liberaal (hoe zo’n opvoeding er dan ook mag uitzien), dan is dat fijn. Tof dat ik zo’n vrijheid kan beleven.
Een tweede kant is dat de vrijheid negatief is: de zelfbeschikking en autonomie die ik geniet stelt mij in staat dat ik mijn dochter meningen, overtuigingen, e.d. aanleer waar de samenleving niet mee gediend is. Zo kan ik mijn dochter door mijn levensbeschouwing ingegeven racisme en discriminatie aanleren, te leren denken in zwart/witredeneringen of gewoon heel eenzijdige voorstellingen van de werkelijkheid. Minder tof dat sommigen zo’n vrijheid hebben.
Een ‘derde’ kant van dit mes is dat deze vrijheid zo’n chaos heeft veroorzaakt in onze samenleving dat het lijkt alsof je wil snijden met de platte kant van een mes. Met andere woorden, behalve dan om de cohesie van de samenleving te bevorderen, dient de vrijheid van religie geen enkele zaak. Het is de vrijheid van religie die leidt tot conflictsituaties (als ieder mag geloven wat-ie wil), spanningen in de samenlevingen, en absurde eisen in de politieke sfeer die ‘afgeleid zijn van de eigen religieuze waarden’. Misschien dat je het goed vindt dat je principes hebt, maar als je je te principieel aan je principes houdt dan ben je voor de ene een koppigaard en voor de andere een standvastige. En, als iemand iets beweert over ’s mens geloof, dan moet die er godverdomme goede redenen voor hebben.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten