Mattheüs 10:40
‘Wie jullie ontvangt, ontvangt mij, en wie mij ontvangt, ontvangt hem die mij gezonden heeft.

Het moet niet altijd seculier proza te zijn. Waarom eens geen theologie? Jezus, bekend voor enkele nobele morele stellingen verbijstert ons met zijn mysterieuze Wörterspielerei, om niet te zeggen de goedverkopende en majestueuze logische fout (die de Almachtige niet kan ombuigen - 1+1=3: apologeer!).

Dus, even herhalen:

  • Wie jullie ontvangt, ontvangt mij, en wie mij ontvangt, ontvangt hem die mij gezonden heeft. BRON
We bouwen om tot een syllogisme:
  • Wie jullie ontvangt, ontvangt mij.
  • Wie mij ontvangt, ontvangt hem die mij gezonden heeft.
Wij hertalen naar symbolen:
  • Als A, dan B.
  • Als B, dan C.
  • DUS: als A, dan C.
Een wederomhertaling leidt tot deze conclusie:
  • Wie jullie ontvangt, ontvangt hem die mij gezonden heeft.?
Enkele raadsels:

1) Als iemand ons ontvangt, dan ontvangt die hem die mij gezonden heeft. Ik volg niet helemaal hoe het kan dat als meerderen ('jullie') worden ontvangen, dat er dan een enkeling wordt ontvangen die mij gezonden heeft. Toch, in andere Bijbels slaat de hem op Hem.

2) Degene die wordt ontvangen is de persoon die Jesus (lijdend voorwerp - no pun intended) gezonden heeft. Hoe kan iemand nu ontvangen worden, vooraleer de gezonden Jesus is toegekomen? Als Jesus gezonden is, dan komt die misschien mee met de ontvangen wordende. Is het een uitnodiging tot proselytisme?

3) Kan een sterfelijke mens Jesus ergens naartoe sturen? Cool! In dat geval hoeven we niet te proselyteren, want we kunnen from the comfort of our homes Jesus uitsturen om goed werk te doen. In die hoedanigheid fungeren wij als uitzendkrachten.

4) Misschien moet de conclusie luiden: 'Wie jullie ontvangt, ontvangt hen die jullie gezonden hebben. Dat is grammaticaal juist. De jullie en de hen kunnen ook enkelvoud zijn. Ook juist. Maar het slaat in als je tegen iemand dit syllogisme zegt met de fout erin. Dit contraïntuïtieve verloop van de redenering draagt dan bij tot extra 'verbijsteringskracht'.

5) De enkelvoud van de 'mij', gaat verloren als we A, dan C doen. Een analogie:
  • Wie naar jullie repliet, die repliet naar mij.
  • Wie naar mij repliet, repliet naar hem die mij gemaild heeft.
  • Dus: wie naar jullie repliet, die repliet naar hem die mij gemaild heeft.
We gaan hierbij uit van mailen als ontvangen en replie-en als zenden. Lees dat gedrocht nu eens en zeg: wat - terechte uitdrukking - in Godsnaam betekent dit? In deze toch wel geslaagde (formeel en informeel logisch correct beredeneerde) analogie wordt de bedoeling niet duidelijk.
Overigens kan het zijn dat ik reply zonder dat hij mij gemaild heeft. Of zonder dat ik Hem heb gemaild. Maar dat terzijde.

6) Gaan we over de hele oorspronkelijke redenering nog eens heen.
  • Wie jullie ontvangt, ontvangt mij, en wie mij ontvangt, ontvangt hem die mij gezonden heeft.
We vervangen 'Wie de Smurfen ontvangt, ontvangt Gargamel, en wie Gargamel ontvangt, ontvangt Gargamel die Gargamel gezonden heeft.' Kunnen we nu niet concluderen dat
  • Als Gargamel Gargamel gezonden heeft, dat wie de Smurfen ontvangt, dan ook meteen Gargamel ontvangt?
Ik denk het wel. Hoe Gargamel (of Jesus, in Godsnaam) zichzelf stuurt (om dan vergezeld van de Smurfen te worden ontvangen) is een zich immerverwijdende raadselachtigheid die alleen een Schillebeeckx kan uitleggen zonder in de Leeuwenkuil te worden gegooid. Letterlijk of figuurlijk, menig katachtige zou een hondstrouw en geamuseerd publiek worden van 's mans stand-up theology. Maar ... - ijdelheid der ijdelheden! - honger is de beste saus.

Dus Jezus stuurt Zichzelf om aan tafel te schuiven en tussen de soep en de pattatten door over de goede boodschap te speechen. Gezien zijn relatief klein gevolg in de 30-ies AD heeft die goede boodschap bij grote getalen vooral voor een grote boodschap gezorgd.

Zelfs al Jezus God is, dan lijkt het vreemd dat mensen dan God ontvangen als ze 'jullie' ontvangen. Waarom niet zeggen dat als je een homo ontvangt, dat je dan Apollo ontvangt?

En toen zij het van blijdschap nog niet geloofden, en zich verwonderden, zeide Hij tot hen: Hebt gij hier iets om te eten?

Geen opmerkingen: