
Moeten kunnen kiezen
In de Verwesterde wereld lopen veel mensen te koop met de overtuiging dat ‘keuzevrijheid’ een belangrijk onderdeel is van hun identiteit. Niet kunnen hebben gekozen wordt gezien als een aantasting van de keuzevrijheid en wordt bijgevolg veroordeeld als not done.
Welnu, kunnen kiezen is een mooie waarde op voorwaarde dat de kiezer in staat is om overwogen te kiezen. Observeren wij de gemiddelde kunst van het kiezen bij onze medemens, dan stellen wij zonder verlaat vast dat sommigen niet goed kunnen kiezen. Wij denken aan mensen die een verkeerde beslissing hebben genomen bij investeringen op de aandelenmarkt, die tegen de raad van anderen in kiezen om hun leven te gaan delen met iemand die niet geschikt is voor hen, mensen die ter goeder trouw kiezen kleren te dragen die hen niet staan. Of mensen die zich bekeren tot één of ander geloof en dan met de gebakken patatten achterblijven, figuurlijk verweesd, sociaal verstoten en vervelend om mee om te gaan.
Is voor zo’n mensen keuzevrijheid een nuttige waarde? Ik denk het niet. Hoewel ik niet warm loop voor paternalisme vanwege de Staat, ben ik overtuigd dat over sommige zaken beter iemand anders kiest. Ik kan kiezen om mijn autogordel niet te dragen. Toch riskeer ik daarmee niet alleen mijzelf te verwonden, maar berokken ik ook emotioneel en financieel leed bij de mensen die om mij geven. In zo’n geval is het terecht dat mijn keuzevrijheid wordt beperkt en iemand of iets anders voor mij kiest. Dat idee dat je moet kunnen kiezen – lees: verplicht zijn zelf te kiezen – is een hele opgave voor sommigen. Voor hen is het paternalisme een mooie voogd.
Maar het kan ook verder gaan. Is de gemiddelde kiezer in staat om een overwogen politieke stem uit te brengen? Vragen wij naar de beweegredenen voor een bepaalde politieke voorkeur dan stoten wij op dezelfde weerstand als al dan niet fanatieke gelovigen die vinden dat het geloof een privézaak is en er geen goede uitleg voor verschuldigd zijn. Kan het zo simplistisch zijn dat onder het mom van de anonimiteit van het kiezen een kiezer van mening is dat hij of zij die stem niet moet verantwoorden. Ik vind dit verkeerd. Er zijn verschillende redenen voor: 1) de relatief lage frequentie van het stemmen noopt de kiezer tot een grotere verantwoordelijkheid voor haar stem en de beweegredenen daartoe. 2) De beweegredenen om voor een bepaalde partij te stemmen moet gegrond zijn in een sociaalburgerlijk programma. Dit wil zeggen dat we van de partij waarvoor we stemmen mogen verwachten dat zij zich inzet voor de verbetering van de leefgemeenschap. Met andere woorden, voor een partij stemmen die voor kernenergie is omdat de eigenaar van de zonnepanelenwinkel een eikel is, is een onaanvaardbare reden. Ervoor stemmen omdat er voorlopig nog geen evenwaardige alternatieven zijn is wel aanvaardbaar. 3) Blanco stemmen kan alleen als de kiezer overtuigend argumenteert dat voor hem of haar er geen alternatieven zijn.
Als je rekening houdt met die voorwaarden, dan ga je zien dat stemmen uit traditie, stemmen uit persoonlijke afkeer en willekeurig stemmen verdwijnen en je echt een representatief beeld krijgt van wat de echte beweegredenen zijn om voor een partij te stemmen. Ik denk dat de communiceerbaarheid van die beweegredenen leerzame discussies op gaan kunnen trekken en hun impact gaan hebben op de kwaliteit van de redenen om ene of gene partij te stemmen. Maar dan moeten we eerst de anonimiteit van het stemmen afschaffen en een raad van wijzen oprichten die oordeelt over de kwaliteit van de beweegredenen.
En wie ontstemd is, moet kunnen kiezen om goede redenen naar voor te brengen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten