
De absurditeit van de ziel
Theologen en andere literatuurwetenschappers stellen boud dat levende wezens (ook dieren; lees je OT er maar op na) een ziel hebben. Die ziel zou zijn ingeblazen door de god van dienst. De ziel, wordt beweerd, is vormloos, onaantastbaar en eeuwig. Na onze dood blijft hij ‘voortbestaan’ tot, althans in de Semitische godsdiensten, tot in der eeuwigheid. De ziel zou gevoelloos zijn en transparant, onveranderlijk en onverwoestbaar en weet ik veel wat nog.
Interessant, allemaal. Het bezitten van een ziel , wat dat ook moge betekenen, is een voorwaarde om al dan niet de hemelpoorten te betreden. Dat bezitten van een ziel werpt op zich al veel vragen op. Een evidente vraag die voortvloeit uit de vaststelling dat een mens een ziel bezit is wie die ziel bezit. Als die ziel zichzelf bezit, dan heeft de ziel geen behoefte aan een lichaam. Waarom een mens een ziel moet hebben om de betreding van de Hemelpoorten te kunnen verdienen is een curieuze vraag waarop, denk ik, eender welk antwoord rammelt. Als iets anders de ziel bezit, wat is het dan dat die ziel bezit? Een tweede ziel? Je persoonlijkheid? Het zijn problemen die fraught zijn met problemen.
Nu, als een ziel geen gevoel heeft, geen zintuiglijke ervaring heeft, dan kan het voor de gelovige niet uitmaken of hij of zij in de Hemel dan wel de Hel belandt: het Vuur zal de ziel niet deren. Je kan vrolijk voor een hellbent leven kiezen, eens in de Hel of in de Hemel voelt je ziel er niks van.
Stel dat men repliceert dat een ziel wel zintuiglijke ervaring heeft. Met welke zintuigen kan hij dan ervaren? Waar zijn de vormloze en transparante zintuigen van het lichaam van de ziel? Zintuigen bestaan uit neurotransmitters die pijnimpulsen of andere naar het brein sturen om te berichten dat er lokaal wat aan de hand is. Dit veronderstelt dat de ziel een brein heeft dat die pijnimpulsen kan opvangen. En daaruit vloeit dan de vraag voort of dat brein het zielenbrein is of des mensen. Zouden er dan twee breinen zijn? Hoe stellen we dat vast zonder mumbo-jumbo te vertellen?
De uitdrukking ‘een getormenteerde ziel’ wordt dan een contradictio in terminis. Een onaanraakbare ziel kan niet getormenteerd worden. Kortom, de ziel met de Hel bedreigen of de Hemel voorschotelen is een leuk zoethoudertje voor mensen die graag zuurtjes eten. Het is ook opmerkelijk dat de metaforiek van de ziel gebaseerd is op menselijke motorische kenmerkten: de ziel gaat, ondergaat, ‘voelt’, spreekt, hoort, luistert, … Hoe zit het dan met doofgeborenen, beenlozen, blinden, enz. Zal de god van dienst de ziel die zintuigen teruggeven? Waarom doet die god van dienst het dan niet in deze wereld? Dat zou pas straf zijn.
Als het einde dan nabij is, dan mag Hij er wel eens aan beginnen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten