
‘In het dorp waar we onze vakantie hebben doorgebracht leefden simpele, goede mensen. Daar kun je nog op vertrouwen.’
Met andere woorden, als ze simpel en goed zijn, dan kun je erop vertrouwen. Het probleem zit hem in de constellatie van simpel en goed. Ik geloof dat simpel en goed mekaar uitsluiten. Je kan een simpele ziel zijn en er nobele deugden op nahouden, waarvan ik zeker ben dat veel simpele mensen die hoog in het hart dragen. Maar als het moreel gesofisticeerd wordt, - en daarin komt juist het moreel goede van die persoon naar voor - , dan vallen die simpele, goede zielen door de mand in een poel van ethisch simplistische opvattingen, kortom eenzijdige uitleg.
Leg een moreel gesofisticeerd probleem voor aan een simpele en goede mens voor en hij of zij zal al snel in populistische retoriek vervallen. De goedheid die hen wordt toegeschreven gaat dus niet zo ver als het cliché van simpel en goed doet vermoeden. . Die ‘goedheid’ wordt bepaald door wat de cultuur of het milieu of de opvoeding mee hebben gegeven. En net daar is het moeilijk voor die simpele en goede mens buiten te treden en overwogen morele standpunten in te nemen. Wijzer klinkt dan: 'Een goede mens is een halve zot.' Het stelt dat altruïsme contraproductief is en dat zo iemand snel als matig geestesgestoorde zal bekend staan.
Met andere woorden, als ze simpel en goed zijn, dan kun je erop vertrouwen. Het probleem zit hem in de constellatie van simpel en goed. Ik geloof dat simpel en goed mekaar uitsluiten. Je kan een simpele ziel zijn en er nobele deugden op nahouden, waarvan ik zeker ben dat veel simpele mensen die hoog in het hart dragen. Maar als het moreel gesofisticeerd wordt, - en daarin komt juist het moreel goede van die persoon naar voor - , dan vallen die simpele, goede zielen door de mand in een poel van ethisch simplistische opvattingen, kortom eenzijdige uitleg.
Leg een moreel gesofisticeerd probleem voor aan een simpele en goede mens voor en hij of zij zal al snel in populistische retoriek vervallen. De goedheid die hen wordt toegeschreven gaat dus niet zo ver als het cliché van simpel en goed doet vermoeden. . Die ‘goedheid’ wordt bepaald door wat de cultuur of het milieu of de opvoeding mee hebben gegeven. En net daar is het moeilijk voor die simpele en goede mens buiten te treden en overwogen morele standpunten in te nemen. Wijzer klinkt dan: 'Een goede mens is een halve zot.' Het stelt dat altruïsme contraproductief is en dat zo iemand snel als matig geestesgestoorde zal bekend staan.
Goedheid impliceert een morele gesofisticeerdheid, tenzij ‘goed’ als een streng opgevolgde deontologische moraal wordt opgevat, zoals bepaalde zwart/wit-opvattingen van simpele en goede mensen. Die gesofisticeerdheid schrijf ik bewust pretentieus toe aan mensen met een bepaalde rijke levenservaring en een bepaalde scholingsgraad. Het is bijgevolg alweer een reden om het stemrecht te beperken tot bepaalde bevolkingsgroepen, i.e. mensen van een bepaalde scholingsgraad of levenservaring, - ervaringsdeskundigheidscompetentie. Zie ook HIER.
Dat simpel en goede roept ook associaties op met de Christelijke deugd van de onwetendheid. Dat is het – inderdaad – simpele, zoniet simplistische pad van geloof met de implicatie van faith, waarbij het kritisch apparaat netjes opgeborgen blijft in de glazen doos van de religieuze taboes. De eenvoud is goed-lijfspreuk lijkt nu ook de geest spekje voor zijn bekje te hebben gegeven. De intellectuele geestelijke eenvoud - dat is pas werk van de Duivel. Sam Harris observeert dat je ZO HOOG geschoold kan zijn dat je voor rocket scientist doorgaat en tegelijkertijd beweert dat je vanochtend nog met Jezus hebt gesproken of dat je smeekbede en die enkele bougies ervoor hebben gezorgd dat je belastingsbrief een return opbrengt. Niemand zal je psychose in vraag stellen omdat zo'n uitspraken zo suf zijn herhaald dat een hond er niet meer van kwijlt. Kinderen groeien op in een bepaalde traditie en kunnen van dag één tot dag nu er zich niet buiten plaatsen. Wat mogen wij meer van onze simpele en goede medemens verwachten? Pre-fab stemband? Nougabollen? Die mens is gevangen in een taalspel, als het ware. Als een leesboekje met 200 nieuwe én herkenbare woorden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten