Creo quia absurdum: over het mooie en het goede en ernaast zitten

Ik geloof omdat het absurd is’ – met deze redelijke stelling stak Tertullianus een hart onder de riem van de onredelijkheid: het geloven als absurd, ongerijmd gegeven. Het is mooi. Het is mooi omdat het ruimte laat voor de intuïtieve relatie die wij met de kosmos hebben. En intuïtie is, zoals men zegt, irrationeel. Ik zou het anders stellen: ik zou intuïtie eerder als arationeel omschrijven. Het is een niet-rationeel weten. Dat wil niet zeggen dat het onbegrijpelijk is, het betekent dat het niet met rede vatbaar is. Dat is per definitie niet slecht, dat arationeel ‘weten’. In mijn praktijk van karate doe ik ook bepaalde handelingen arationeel. Dat wil zeggen – ik denk er niet bij na, ze gebeuren buiten de rede.

Maar credo quia absurdum geeft ook iets anders mee: de overtuiging dat als iets absurd is, het ook geloofwaardig is. En dat is waar ik het over wil hebben. Ik plaats deze stelling in een ethische context. Laten we ervan uitgaan dat ik vind dat jouw kousen op niks trekken. Ik vind ze dus niet mooi. Kan ik dan ook zeggen dat het (moreel) niet goed is, dat jij die kousen draagt? Eigenlijk niet, want lelijke kousen dragen is geen morele stelling innemen.

Ik maak het wat moelijker. Ik vind het wansmakelijk dat jij kikkerbillen eet. Dat is immers immoreel. Die glibberige en slijmerige diertjes, ook al zijn ze op hun verst het lekkerst, naar het schijnt, verdienen het niet te sterven om enkel een bepaald lichaamsdeel te moeten afstaan ter consumptie. Hoe juist bepaald moet worden wat de verdienste is, is een andere kwestie. Maar dit gebeurt ook met kaviaar – een dier wordt opgeofferd voor een deel ervan. Hoe zit het dan met kwartels en duiven? Kleine kipjes? Kwal? Inktvissen? Enfin, waar ik naartoe wil gaan is dat er een absurdum huist in te vinden dat als je een diertje lelijk vindt (of juist heel mooi) dat je het dan niet mag doden, of zelfs moet doden. Het is een naturalistic fallacy. Een simpel voorbeeld van deze stelling dat we moreel anders moeten handelen naargelang de esthetische appreciatie bullocks is: als de WWF of Gaia of een andere dierenrechtenvereniging ons geld uit de zak wil kloppen, dan tonen ze beelden van ofwel héél mooie dieren, of wel diezelfde mooie dieren, maar dan uitgemergeld, verwond, mank of verzwakt. Het lijkt wel alsof mooie dieren meer rechten hebben dan lelijke dieren. Zelden worden beelden getoond van pokdalige padden, wrattenzwijnen, platsmoelige vissen met venijnige scherpe tandjes, reptielen die de hele dag onbeweeglijk op één plaats zitten, akelige spinnen of insecten die roofbouw doen, nee, alleen de beauties van de aarde worden opgevoerd om beschermd te worden. Lelijke dieren verdienen geen bescherming en schrikken zelfs potentiële storters af. 'Lelijke' kunst verdient geen plaats in het museum, een horrorfilm als Saw is niet geschikt voor iedereen (maar The Passion of the Christ, dan weer wel), 'Is 't ni mooi, dan is 't ni goed'.

De stelling kan verder gedreven worden. Stel dat een schrijver fantastische, schockerende of sociaal-gevoelige literatuur schrijft. Zou men hem of haar kunnen verwijten dat die immoreel bezig is? Zou mn voor J.K. Rowling de kinderen moeten verstoppen omdat haar boeken geen serieus verband houden met de werkelijkheid en zij alles uit haar duim heeft gezogen? Zou men van Herman Brusselmans de kinderen moeten afnemen als blijkt dat in de overigens bijzonder wansmakelijke en sensationalistische film Ex-Drummer een vrouw over haar incestueus vertelt? Zou men van Stephen King het omgangsrecht met kinderen moeten ontzeggen omdat hij in detail beschrijft hoe een moordenaar zijn slachtoffer fileert? Moet men Lourdes van Madonna weghalen omdat mammie over feministische zaken bezig is? Had men Karl Marx moeten opsluiten voor het Communistisch Manifesto? Dat zou onzin zijn, te meer omdat deze mensen, zeker in de context van het ouderschap, vermoedelijk goede ouders zijn. En Camille Paglia, één der godmothers van het feminisme, zei: ‘Alles wat gefantaseerd kan worden, moet geopenbaard worden.’ Dus, Tertullianus interpreterend, kan iemand beweren: ‘Dat is ZO absurd, dat ik oprecht geloof dat we er iets moeten mee doen.’ Of tégen doen.

En zo gebeurt het dat mensen de inhoud van een boek (De Duivelsverzen), een stelling (infanticide of zoöfilie, zoals beargumenteerd door Peter Singer), een kunstwerk (L’Origine du Monde van Gustave Courbet) niet kunnen smaken en dan vinden dat er maatregelen getroffen moeten worden. Er lijkt volgens hen een verband te bestaan tussen wat mooi is, en tussen wat goed is. Da’s bizar. Het zijn meestal diezelfde mensen die zullen poneren dat over smaken niet getwist kan worden en dat ieder voor zichzelf kan uitmaken wat hij of zij mooi vindt. Ze vinden tegelijkertijd op een schizofrene manier dat alleen mooie dingen mogen gedacht en gezegd en gemaakt worden. L'art pour l'art, is de mindset. Dat is natuurlijk helemaal absurd. Paglia indachtig, als je het kunt denken, dan kun je het ook zeggen. Misschien wordt de wereld er beter van. Met andere woorden, dat een bepaalde gematerialiseerde gedachte niet goed in de markt ligt, wil niet zeggen dat ze niet verkocht mag worden.

En eigenzinnig denken maakt van jou nog geen slechte ouder. Vraag maar aan – ik zeg maar iets - Winston Churchill met zijn vier kinderen. Of Robert Nozick met zijn twee kinderen? Een schande dat die kinderen mochten opvoeden (not). Ik denk ook aan Woody Allens uitspraak: 'De kunstenaar moet niet verward worden met het kunstwerk.'

Geen opmerkingen: