‘Godverdomme ‘ is wat veel mensen zeggen wanneer boos worden. ‘Mijn God’ of ‘God, nee!’ is wat veel

mensen zeggen wanneer het tegenzit. Ja, God maakt emoties los. God is een emotioneel gedoe. En in

dat gegeven van emotionaliteit ligt een belangrijk inzicht over het debat tussen gelovigen en zondergelovingen. Rationele argumenten lijken te werken wanneer we aan de kleine knopjes draaien van de God-maak-machine, maar de grote knoppen, daar lijken rationele argumenten geen vat op te hebben. De emotie lijkt steeds het laatste woord te hebben en moeilijk is dat niet: iets dat een goed gevoel geeft laat men niet zomaar gaan. Zeg die maar tegen een alcoholicus. En net als bij de alcoholicus is er een dwangmatigheid die ervoor zorgt dat de lijder teruggrijpt naar de fles van de religieuze verdoving. En een mening lijkt sterker als die ons in groep is toegedaan. Ook na een rationele deconstructie van het geloof, de de sociale en psychologische contextualisering van het geloof en het besef van de demythologiserende intertextualiteit blijft er een ‘Maar toch.’ En gelovigen striken back met een inkapseling van de emotionaliteit door middel van de ratio. Wij zien dat terug in de theologie en wij zien dat in de Intelligent Design. Het zijn rationele pogingen om het voortbestaan van de emotie te garanderen. Gelovigen proberen zich rationeel te beschermen tegen deëmotionalisering, terwijl zondergelovigen precies door rationalisering die deëmotionalisering proberen te verwezenlijken. De ratioblijkt in het religiedebat het 'geliefde mes.' Waarheen zou een emotionele discussie immers leiden? Misschien is het aan zondergelovigen een goed idee om tegenover de emotionaliteit van het geloof een emotionaliteit van het ongeloof te plaatsen. Maar hoe doe je dat? Kunnen wij atheïsten door onze moedige pogingen onszelf te maken (en niet gemaakt worden - passief) de positieve vibratie overbrengen? Hoe brengen wij onze emotie over zonder te vervallen in de retorische pracht, het poëtisch masochisme van de geloofsretoriek? Door te razen en te tieren tegen het geloof? Nee, want in haar emotionaliteit is dat soort strategie hetzelfde als de woedende gelovigen die tijdens demonstraties hun tanden laten zien. Zal het geluk dat wij uitstralen mensen doen inzien dat men gelukkig kan zijn zonder god? Ik denk het niet. De hunkering naar de emotie die het geloof biedt zal blijven bestaan als de hunkering naar de moederborst: de warme nabijheid van het grote en levenschenkende orgaan. Wat bieden wij, goddelozen? De werkelijkheid? Een filterloze perceptie van de sterfelijkheid? Kunnen wij op tegen de gemoedsrust van de cognitieve dissonantie? Welk tegengevoel kan de geloofloze bieden? Een gelovige zal zeggen dat je wel heel dom moet zijn om als slaaf het onderdak dat jou wordt geboden af te slaan. Voorwaar, de ergste slavendrijver is de vriendelijke slavendrijver. De noodzaak moet van elders komen. Het geloof kan ofwel sterven door zacht weg te zakken in een coma of door plots haar ware gezicht als obsessief-compulsieve gedragsstoornis te tonen. Ertussen is de grens tussen pijn en geluk te klein.

Geen opmerkingen: