Discriminatie, embleem van kwaliteitszorg
Discriminatie heeft een slechte bijklank. Hij ruikt naar, wel, discriminatie. En discriminatie werpt connotaties op van opgelegde achtergesteldheid, kansarmoede, onrechtvaardige behandeling, neerbuigendheid en ongelijke behandeling. Dat valt tegen.
Toch, discriminatie is niet altijd maar slecht, het is zelfs goed. Discriminatie betekent ‘een verschil (kunnen) maken’. Als we fruit selecteren op de markt, dan zoeken wij de betere stukken eruit van tussen de slechtere. Ik had ook ten koste kunnen gebruiken, maar daarmee verval ik terug in de negatieve connotatie van het woord ter zake. En dan mis ik mijn punt. Verder: Wanneer ik in de videotheek een film selecteer, dan kies ik er één uit vantussen de andere. Ik discrimineer, want ik wil een goeie film zien. Als ik mij opkleed en kleren selecteer waarvan ik vind dat ze bij elkaar passen, dan discrimineer ik - ik maak een verschil.
Daarmee dat discriminatie een vorm van kwaliteitszorg is: men hanteert persoonlijke criteria om hetgeen te kiezen dat levensvreugde geeft. Zo verkies ik, bijvoorbeeld, kwa design Fiats boven Daewoo’s. Ik vind Fiat elegant en Daewoo niet. Punt. Ik maak voor mezelf een verschil bij de keuze tussen deze twee merken. Ik doe het omdat bepaalde esthetische kenmerken me meer liggen dan bij het andere merk. Is dat nu pech voor Daewoo? Natuurlijk! Misschien dat Daewoo dan eens moet nadenken voor het design van de wagens. Het is niet mijn probleem, ik hoef me niet te verantwoorden voor het feit dat ik geen Daewoo koop.
Hoe zit het dan met de negatieve connotaties van discriminatie? Wel, ook hier is de typering van kwaliteitszorg op zijn plaats. Word jij niet gekozen voor een bepaalde job, dan ben je gediscrimineerd geworden. ’t Is waar, maar misschien zijn daar goede redenen voor. Misschien ben je gewoon niet geschikt voor dat werk, hebben ze iemand anders gevonden, heb je niet de juist smoel om het beauty-concern te vertegenwoordigen, of heb je niet voldoende ervaring om Esso te besturen. Je bent, net als die geblutste peer, de flutfilm of dat foute t-shirt eruit geschift. Tough luck.
Een bedrijf wil er gewoon voor zorgen dat het kwaliteit in huis haalt. Iedereen is ermee gediend: het bedrijf zelf, de collega’s en de klanten. Goed werkvolk, daar kun je letterlijk en figuurlijk een huis mee bouwen. Toch, er is ook een verwerpelijke vorm van discriminatie: die waarbij de criteria niet van toepassing zijn op de kwaliteitszorg. Zo kun je bijvoorbeeld een Chinees niet weigeren om in je Franse restaurant te bedienen. Zijn huidskleur mag immers geen rol spelen bij de sollicitatie. Of wel?
Je kan zeggen: zijn huidskleur is geen goed criterium om de kwaliteit van de bediening uit af te leiden. Maar je kan ook zeggen: een blanke garçon draagt bij aan de couleur locale van het restaurant. En details spelen een grote rol in een restaurant, en misschien meer zo met de bediening: bijt die blanke of Chinese garçon op zijn nagels bijt, en ’t wordt gezien, dan onthouden de klanten dat. En zoals Petsjorin in Lermontovs Held van onze tijd: ‘Van de liefde onthou je alleen de slechte dingen’. Punt is dat het negatieve soms langer blijft hangen dat het positieve. Ook zo met de nagelbijtende garçon, en zijn huidskleur. Sommigen zouden het juist sjiek vinden: een Chinese garçon in een Frans restaurant. Maar keer het om: je gaat bij je lokale Gambiaan eten. Je komt binnen, het hangt daar vol met Afrikaanse schilden, koramuziek, bontgekleurde menu’s, al dan niet kitscherige foto’s van Gambia en de Gambia, Afrikaanse glimlachen die pijn doen in de ogen, agressieve gastvrijheid, rieten stoeltjes die ongewild herinneren aan de koloniale tijd, enzovoort. En dan komt daar ineens een bleekscheet van een melkfles van een blanke garçon van tussendoor de hangende bonte kraaltjesslierten die de keuken scheiden van de eetruimte met de menu’s aandraven. Geef toe, het verbrodt de sfeer. Er is dan wel de herkenbaarheid van de bleekscheet – op voorwaarde dat je er zelf ook één bent – maar zo herkenbaar herkenbaar hoeft het nu ook niet te zijn. Dat xenofiele, da’s toch ook plezant – het leert ons nog eens te beseffen wie we zijn.
Discriminatie is erg als de criteria ondermaats zijn. Een voorbeeld van een vreselijke vorm van discriminatie is Jerzy Kosinski's De Geverfde Vogel. Daarin verveelt een vogelvanger zich en om de verveling te doden een vogeltje vangt en het koppie verft. Resultaat is dat die vogel zijn medevogeltjes opzoekt, maar dan wordt verstoten omdat ze hem niet meer herkennen als één van hen. Gruwelijk.
Maar wat ondermaats is, is moeilijk vast te stellen. De Wet kan dan wel overlopen van de hulde aan de gelijkwaardigheid, in de praktijk valt er veel fun te beleven aan het filosoferen daarover.
De laatste jaren is er een nieuw woordje op de taalmarkt: positieve discriminatie. Het is een ramp van een woordencombinatie, het is een oxymoron. Politiek correcten hebben het uit hun mouw geschud om aan te duiden dat minder goed werkvolk eveneens een huis kan bouwen. Ik ben daar niet zo zeker van: een werkgever is er niet mee gediend dat, wanneer zij goed werkvolk kan binnenrijven, voor het sociaal profiel het moet doen met minder goed werkvolk. Het is als een taart bakken met de beste ingrediënten en op de juiste bereidingswijze, en ze dan afronden met nep-vanille en namaakchocoladetopping. De taart smaakt lekker, maar je proeft iets dat de boel vergalt. Er scheelt iets met het omhulsel.
Overigens is er de tsjeverige wet van het dubbel-effect: het morele inzicht dat het goede bereiken tegelijkertijd kwalijke zijeffecten kan veroorzaken. Bijvoorbeeld, de pijn bestrijden van de patiënt, maar weten dat het systematisch verhogen van de dosis pijnstillers kan leiden tot de dood ervan. Als wij positief discrimineren, dan discrimineren wij negatief iets of iemand anders. Zo is dat in de context van rechtvaardigheid laten geschieden een heikele kwestie. Stel dat wij een taart ‘rechtvaardig’ moeten verdelen. We kunnen deze als volgt verdelen: ofwel gelijke stukken, volgens de vooronderstelling dat rechtvaardigheid betekent dat iedereen als gelijke wordt beschouwd. Ofwel kunnen we de taart ook op een andere manier verdelen: volgens ongelijke stukken. De rechtvaardigheid daarin is het rekening houden met de behoeften van de participanten.
In het eerste geval worden de participanten gediscrimineerd omdat geen rekening wordt gehouden met de individuele behoeften. In het tweede geval wordt gediscrimineerd omdat er geen gelijkwaardigheid is onder de participanten. Blijkbaar zijn individuele behoeftigheid en gelijkwaardigheid geen goede vrienden. Misschien kan geëxtrapoleerd worden dat autonomie en democratie mekaar ook uitsluiten. Maar dat is een andere kwestie. Belangrijker is dat de discriminatie hoedanook blijft: proberen we iedereen tevreden te stellen, dan blijkt dat er toch steeds iemand onrechtvaardig, ja, als verschillend behandeld zal achterblijven. Proberen we enkelen tevreden te stellen, tja, dan zijn daar weer enkelen of velen die ’t discriminatorisch verschil zullen maken.
Is dat dan zo erg? Wel, niet als we nog een andere waarde in de bespreking invoeren: de verdienste. Als JIJ de job krijgt omdat jij meer ervaring hebt in het één of ander, dan wordt degene die niet wordt gekozen gediscrimineerd. Maar ook jij wordt gediscrimineerd: jij hebt het verschil gemaakt. Ik zinspeel dus op de verschillende betekenissen van discrimineren. Om het voorbeeld van de taart nog eens voor de geest te nemen: als de taart in gelijke stukken wordt verdeeld, en je houdt rekening met de verdienste, dan is de gelijke-stukken-verdeling al helemaal (negatief) discriminatorisch. Bij de ongelijk verdeelde taarten moeten ook enkele criteria gehanteerd worden: wie heeft de grootste verdienste, en hoe stel je dat vast? ’t Wordt een lange nacht om dat te bepalen en tegen dan is de taart ingezakt. Bijgevolg kun je voorzichtig concluderen dat het principe van rechtvaardigheid dat steunt op de gelijkwaardigheid de gemakkelijkste oplossing is in een situatie. Geen onderzoek naar verdiensten, geen criteria bepalen en overeenkomst vinden daarover: gewoon, iedereen is gelijk, Punt. Het is een gemakkelijke oplossing, maar tegelijkertijd ook de meest (negatief) discriminatorische.
Als we het positief bekijken, die discriminatie, dan trekken we het goede voor op het minder goede. Het is het proces van de Darwinistische evolutie, de marketing, de politieke ontwikkeling, en je persoonlijke esthetische ontwikkeling. Dat juist maakt het verschil.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten