De norm en gemoedsrust
Normen zijn verwachtings- en gedragspatronen die met de opvoeding worden meegegeven of die worden gevierd in een samenleving. Doordat ze worden meegegeven met de opvoeding vanaf de jonge jaren, worden ze als het waren uitgebeiteld in de levensvisie. Uitgebeiteld is dan nog zo’n gek woord niet, want eens de norm als ‘tweede natuur’ worden geaccepteerd is het moeilijk ervan af te stappen. In de hoedanigheid van een tweede natuur geven normen een grote gemoedsrust: ah ja, je tweede natuur ga je toch niet onderzoeken, net zoals je na jaren in de bed te hebben geslapen op onderzoek gaat om te weten te komen hoe je bed eigenlijk is gemaakt, wat voor moeren en bouten erin zitten, waaruit het materiaal betstaat, waar het is gemaakt, wie het heeft gemaakt, enzovoort. Dat doe je niet, en wie eraan moet beginnen doet het met tegenzin. Het is dan een opdracht de eigen norm te onderzoeken, en men is liever lui dan moe. Men heeft liever gemoedsrust, met verkiest het als het ware liever op het bed te liggen, dan dat men eronder kruipt om te zien hoe het is gemaakt.
En zo is het ook met normen: ze zijn bedden waarop we liggen. Ze geven gemoedsrust en vereisen geen diepe reflectie. Een mens is inderdaad liever lui dan moe. Immers, het onderzoek kan leiden tot de herziening van de norm. Met de metafoor van het bed indachtig, kun je zeggen dat je je misschien dan plots gaat realiseren dat je al die jaren niet goed hebt gelegen. Het is als de Eskimo die tegen de missionaris zei: ‘Je vertelde net dat als je het niet weet dat God bestaat, dat je dan naar de Hemel gaat, terwijl dat als je ervan weet je het riskeert naar de Hel te gaan. Waarom vertel je er dan over!?’
De kennis verwoest de gemoedsrust. Niet de kennis van de norm verwoest de gemoedsrust, nee, de meta-kennis van de norm. Het contextualiseren van de norm, hem in het daglicht van het hier en nu als sociaal en historisch gegeven zien. Uiteraard kan niemand verplicht worden de eigen norm te herzien, maar zo slecht is dat toch niet: de herziening sterkt je in de overtuiging van zijn nut,of maakt er komaf mee. Het is een bijna zwart/wit-situatie. Hetzelfde blijft het niet. Nee, de kennis, het vrije onderzoek geeft levenskracht, zelfs als de herziene norm verworpen wordt. Het is als ‘een leven dat niet onderzocht is, is het niet waard geleefd te worden’. Dat somt het allemaal mooi op, zelfs al gaat het over een elementair, maar toch fundamenteel ingebed, gegeven als een norm. En de momentaan verloren gemoedsrust herwin je. Hoe? Door te vertrouwen op de eigen bevindingen en voort te gaan met het mooie, het juiste en bovenal het goede.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten