Tibet of niet te bed

Tibet is hot, of misschien eerder not: de Olympische vlam blijft maar uitgeblazen worden, een ironisch symbool voor de Boeddhistische uitdoving. De betogers leggen een wrang verband tussen de nobele spirit van de Olympische Spelen en de Chinese Realpolitik in Tibet. Een inconsistente politiek vanwege China? Misschien huldigen de Chinezen juist de deugd van de samenhorigheid door Tibet geannexeerd te houden puur in de Olympische geest?

Denkoefening. Stel dat de Spelen in Spanje werden georganiseer. Zou men dan de vlam proberen uit te doven omdat de Basken onafhankelijk willen worden? Of ex-Joegoslavië? Of in Nederland met die separatistische Friezen?

Enfin, de grote doorn in het oog van de niet-aanhangers van China is het niet respecteren van de Mensenrechten. De fotogenieke Tibetanen worden gepest, de kloosters bepist en de traditionele sociale en culturele wetten aangepast. Een spijtige zaak voor de Tibetanen. Maar of dat nu de onafhankelijkheid rechtvaardigt is een andere vraag.

De Dalai Lama on his part wil culturele autonomie. Misschien is dat voldoende om toch voort te kunnen draaien op de theocratische en feodale samenlevingsvorm die Tibet is. Jawel, de Dalai Lama is politiek en spiritueel leider van Tibet, verkozen volgens een ondemocratisch systeem van reïncarnatie, een gulden inzicht van Idesbald Goddeeris, mijn ex-prof Geschiedenis van Polen. Ook observeert hij dat Tibet al een Chinese provincie is sinds de 13de eeuw (met de implicatie dat dat zo mag blijven, een ad antiquitatem). De bevolking is straatarm en een voor de economie belastende proportie van de jongeren zit in de kloosters zich te verzuchten over de Uitdoving.

Dat soort staatstructuren proberen de tegenstanders van de Chinapolitiek te behouden. Wij, verlichten-democraten in Voltairiaanse zin, trachten een eeuwenoude theocratie te redden van de ondergang. Dat is curieus.

Misschien gaat er wel een post-koloniale nostalgie of een eurocentrisch-antropologische Konservierungsdrang nach Osten uit om wat naar aftakeling ruikt per se te willen reanimeren. Wij Westerlingen willen dat Tibet een bont museum blijft waarvan de armoede een deel van de idylle is. Wat betreft het cultureel patrimonium hebben ze niet te klagen. De meeste teksten van zowel Indisch-Boeddhistische oorsprong (bv. de Mulamadhyamakakarika van Nagarjuna en consequente Tibetaanse commentaren), als de Tibetaanse Boeddhistische geschriften zijn ver buiten Tibet veilig en wel bewaard en bestudeerd. Vraag maar Robert Thurman, een tibetoloog en papa van Uma – waar had je gedacht dat die naam vandaan kwam? (het is één van de namen van de Hindoegodin Kali)

Wat nu juist de geografie of misschien wel de geologie van Tibet aantrekkelijk maakt is aan geografen, geologen, toeristen en bergbeklimmers als wijlen Heinrich Harrer uit te maken. En de geopolitieke ligging ten opzichte van India. Maar ik kan mij een interessanter en zekerder leven voorstellen in die Westerse landen die het Tibetaans Boeddhisme voldoende verheerlijken om het te willen onderhouden. Veel Tibetaanse geleerden verblijven nu al in het buitenland. En nu met het gerommel aldaar zal ik spoedig Tibetaantjes in mijn concentratieschool zien ingeschreven worden. Zouden ze slechter af zijn hier?

Misschien spelen er ook andere vooroordelen mee: een groot land kan niet goed doen. Een dergelijke houding bestaat tegenover de V.S., Rusland en China. De mensenrechten respecteren is één zaak. Maar de causa dramatis de onafhankelijkheid opeisen lijkt me een berg te ver. Het 'succes' van Tibet is juist het gevolg van de Chinese bemoeienissen die in het Westen een gestemde maar gevoelige snaar raken. Op een evenement als de Olympische Spelen vertegenwoordigen de atleten niet alleen hun sportieve discipline, maar willens-nillens ook de politieke opinie die het thuisland heeft over de Tibetaanse kwestie.

Geen opmerkingen: