Draken, monsters en spoken

Als vader van een dochter van bijna vier merk ik op dat kinderen veel flauwekul wordt aangeleerd, die later moet worden afgeleerd. Zo vraagt mijn dochter zich af of er draken en spoken in ons huis wonen. Daarop was zij gekomen toen zij in de kleuterschool daar verhaaltjes over had gehoord.

Uiteraard heb ik die fantasie onmiddellijk de wereld uit geholpen. Maar ik kan me voorstellen dat sommigen er geen kwaad in zien kinderen te vertellen over draken, monsters en spoken. Die bestaan toch niet, willen de ouders dat hun kinderen geloven.

Maar kunnen kinderen wel echt zo goed fictie van non-fictie onderscheiden? Ik denk het niet. Als kinderen schrik hebben in donkere kamers of vrezen dat hun voetje gegrepen zal worden door een monster onder het bed, dan kun je ervan uitgaan dat ze in het bestaan ervan geloven.

Bijgevolg vind ik het zinloos en zelfs contra-productief om je kind te vertellen over draken, monsters en spoken. Hen wordt aangeleerd het bestaan ervan zo-zo te accepteren en als de kinderen dan enkele jaren ouder zijn dan krijgen ze te horen dat het allemaal niet echt is. Dat kan tellen kwa verwarring zaaien bij leerlingen.Het is al even crimineel als aan een kind uitleggen dat de regen valt omdat God het wil. Of hen de stuipen en xenofobie op het lijf te jagen met de komst van de Goede Sint en diens negerslaaf die de lijfstraffen uitdeelt.

Waarom worden kinderen dan zulke dingen wijsgemaakt?

Geen opmerkingen: