
- Fallocentrisch: het bijtje draagt het stuifmeel rond, terwijl de bloem en meer bepaald de stamper passief ontvangt. Het is een archetypische en vooral stereotypische voorstelling van de rol van de vrouw in de seksualiteit. Het kent de vrouw dus een passieve rol toe.
- Ontraditioneel: het bijtje lijkt van het ene bloempje naar het andere te vliegen. Het lijkt er wel op ofdat voor de man een scharrelrol is weggelegd!
Maar misschien is er meer. Misschien wordt in het verhaaltje van de bloemetjes en de bijtjes de sequentiële monogamie voorgesteld. Dat wil zeggen: ik ben telkens seksueel trouw aan één partner. Er is een opeenvolging, een sequentie van monogame relaties. Dat zou toch mooi zijn, zo'n lezing. Maar daar loopt de analogie ook spaak: het verhaaltje suggereert geen monogame relatie of enige verbintenis. Het bijtje vliegt hoe't vliegen wil en naar welk bloempje dan ook om zijn stuifmeel te droppen (en dit laatste is dan nog een onbewust zijdelings effect van het nectar zoeken). Dat trekt toch erg op gescharrel. En biologisch zit dat wel snor die non-monogamie, met uitzondering van een paar beestjes, zoals de Afrikaans dwergantilope, waaraan wij - duh -ons beeld van de monogamie aan hebben te danken. Jep, fier zijn wij dat de Westerse civilisatie de Afrikaanse dwergantilope tot verheven model heeft genomen van de huwelijkse trouw! Enfin, ik weet niet hoe ik het verhaaltje moet begrijpen, van de bloemetjes en de bijtjes. Ik vind dat van de aapjes voordehand liggender.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten