Als ik kon toveren, kon toveren, kon toveren?


Vanwege gelovigen allerhande is er een relatief grote weerstand tegen bijgeloof, tovenarij, hekserij en meer van dat soort. Toch, die weerstand is niet helemaal fair. De vele mirakels, Jozefs uitgebreide dromen, de visioenen, de wonderen kunnen eenvoudig onder veel nuchterder noemers geplaatst worden.


Wonderen kunnen verklaard worden als 'gelukkig toeval'. Mirakels komen in verschillende kleuren, dus is het veilig te differentiëren tussen - alweer - puur sjans, of gewoon 'toveren'. De visioenen zijn hallucinaties, uitputtingsverschijnselen of nachtmerries. De profetieën zijn wishful thinkingetjes en dronkenmanspraat. De onbevlekte ontvangenis is God die klaarkomt in Maria met mirakel, of een leugentje om bestwil zonder mirakel. De splitsende zee is eb en vloed, de zondvloed een rivier die buiten de oevers is getreden. God die verschijnt is de zon in je ogen. Die zwarte vlekken erna engeltjes.
Als je al die maffe voorvallen van de Bijbel simpel en zonder poespas uitlegt, dan komt het al veel minder indrukwekkend over. Het wordt zelfs grappig mits de nodige ironie.
Voorwaar! Het kan uit een kindermond komen: Jezus tovert wijn en brood. Jezus tovert water om in wijn. Klinkt geloof dan als bijgeloof? Of klinkt bijgeloof dan als geloof?

Geen opmerkingen: