
Tom Lanoye tegen kledingscode van het stadsbestuur
,,De stad grijpt hier naar een kostschoolreglement uit de jaren '50'', vervolgde Lanoye. ,,Terwijl de enige vraag moet zijn of de stadsambtenaar zijn/haar werk goed doet, of men nu een keppeltje, hoofddoek of tulband draagt... Een persoon moet worden beoordeeld op zijn handelingen en niet op zijn kledingdracht.''
BRON (portie)
Dat is een eenzijdige uitleg. Een persoon moet op beide beoordeeld worden. Het voorkomen speelt een rol, zoniet een belangrijkere rol dan de handelingen. 't Is te zeggen, een slecht uitgevoerde handelingen wordt zwaarder aangerekend bij 'slecht' geklede mensen, dan bij 'goed' geklede mensen. Bij goed geklede mensen vallen de fouten minder op. Het heeft te maken met hoe het uitzicht van je kleren afstraalt op je handelingen.
Die kledingcode is nuttig, waardevol en noodzakelijk omdat dan tegen een neutrale achtergrond de kwaliteit van de handelingen kan afgemeten worden. Keppels, pruiken, kruizen, hoofddoeken, enz. zouden de klanten al eens kunnen afleiden van die dienstbaarheid. De beoogde neutraliteit heeft wat weg van de psychologie van anoniem solliciteren: men weet niet met wie men te maken heeft, zodat men niet op voorhand kan oordelen.
De kleren maken de man?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten